GESCHIEDENIS

Lees het verhaal over de drie Oompies.

De geschiedenis van Boerenvoorhuis d'Oompies

De boerderij waar het boerenvoorhuis deel van uit maakt, is in 1920 gebouwd naast een kleiner huisje wat afgebroken werd. Met materiaal van dit kleinere huisje zijn de fundamenten van de boerderij gebouwd. Getuige de gevonden aantekeningen op de balken in de blauwe kamer, is het interieur van het boerenvoorhuis pas in 1921 geverfd. Daarna is het boerenvoorhuis niet weer door een verfkwast aangeraakt.

Jan kookte tot de komst van riolering in het schuurtje naast het huis. Toen er riolering kwam is één van de drie bedsteden ingericht als keukentje. Ook is toen op de huidige plek een douche en een toilet gemaakt. Tot die tijd was ‘ de ton’ (een plank met een gat en een deksel) in gebruik. In de boerderij hebben altijd 3 ongetrouwde broers van mijn oma gewoond: Frederik (1896 - 1967), Jan (1898 - 1996), en Marinus (1908 - 1991) Bruggink. Deze broers werden, geheel terecht, door mijn vader en later door elk ander, aangeduid als d'Oompies (de oompjes). Om te voorkomen dat ze de hand van de vrouw in het huishouden zouden missen, is vlakbij een boerderij voor mijn opa en oma gebouwd.

Jan was de onbetwiste leider van de drie broers. Hij bepaalde hoe het leven in de boerderij eruit zag, wat er gegeten werd en hoe hoog de kachel stond. Met uitstapjes buiten zijn dagelijkse horizon verblijdde je hem niet. Bovenop de dijk van Harlingen draaide hij zich om naar het land en zei, ‘ Ik kieke veul liever dizze kante op.’. Een man van het land dus.

Marinus werd door zijn broers als "zonderling" afgeschilderd en vervulde deze rol met verve. Hij was echter niet zo zonderling, want als je met hem alleen was, kon hij prachtig vertellen over het oude boerenleven. Vaak ontvluchtte hij het huis en liep rondom het huis ‘ sprikkies’ (stokjes) te zoeken. Deze legde hij op een boswal, zodat er nu achter de boerderij een ‘ sprikkieswal’ te vinden is. In tegenstelling tot zijn broer Jan, was Marinus wat avontuurlijker aangelegd.

Hoewel het boerenvoorhuis twee kamers heeft, was de ‘ blauwe kamer’ niet in gebruik. Dit was de ‘ mooie kamer’ . Het leven van de drie broers heeft zich altijd afgespeeld in de ‘ gele kamer’ met het uitzicht op de boerderij van hun zus en zwager en later van hun neef (mijn vader). Deze, in onze ogen, kleine wereld was voldoende en in deze kleine wereld waren ze gelukkig.